<< Klik om de inhoudsopgave weer te geven >> Navigatie: Berekeningen > Flikker > Berekening |
Voor het berekenen van de dip wordt een belasting of een asynchrone motor ingeschakeld. De grootste dip (fase-nul of fase-fase) wordt gebruikt voor het berekenen van de flikker.
Met behulp van de uit IEC 61000-3-7 afgeleide formule (zie Algemeen) en in het netmodel aanwezige impedanties berekent Gaia de Pst op punten van bronnen van flikker en op alle overige knooppunten in het net.
In het onderstaande voorbeeld zijn twee bronnen van flikker aanwezig. De circuitimpedanties zijn:
•knooppunt P1: 0,106 Ohm
•knooppunt P2: 0,243 Ohm
•Belasting P1: 3 x 35 A, 2 inschakelingen per minuut
•Belasting P2: 3 x 35 A, 2 inschakelingen per minuut
De inschakelfrequentie van belastingen wordt gespecificeerd op het tabblad "Power Quality".
Aan de hand van drie situaties wordt de berekening toegelicht.
•Situatie1: Belasting P1 aanwezig; Belasting P2 uitgeschakeld
•Situatie1: Belasting P1 uitgeschakeld; Belasting P2 aanwezig
•Situatie1: Belasting P1 aanwezig; Belasting P2 aanwezig
Situatie 1
Het schakelen van Belasting P1 resulteert in een maximale dip d ter grootte van -0,9%. Bij de inschakelfrequentie van 2 maal per minuut leidt dit tot een ΔPst van 0,368. Op alle knooppunten "stroomafwaarts" in het net levert dit dezelfde Pst. Dus ook op knooppunt P2 is de Pst-waarde gelijk aan 0,368.
Situatie 2
Het schakelen van Belasting P2 resulteert in een maximale dip d ter grootte van -2,0%. Bij de inschakelfrequentie van 2 maal per minuut leidt dit tot een ΔPst van 0,876. Deze waarde is groter dan de waarde voor ΔPst bij P1 in situatie 1. Dit wordt veroorzaakt door de grotere netimpedantie bij P2. Op alle knooppunten "stroomafwaarts" in het net levert dit dezelfde Pst. Echter, voor knooppunten "stroomopwaarts" worden de dip en de Pst-waarde gedempt door het toenemende kortsluitvermogen van de voeding en de daardoor veroorzaakte afnemende netimpedantie. Op knooppunt P1 is de Pst-waarde gelijk aan 0,368. Dat dit dezelfde waarde is als in situatie 1, is niet verwonderlijk, aangezien op dat knooppunt bezien de geschakelde belastingstroom voor beide situaties gelijk is.
Situatie 3
Het schakelen van beide belastingen leidt op alle knooppunten in het net tot grotere Pst-waarden dan wanneer slechts één belasting geschakeld zou worden. De Pst-waarden worden door Gaia berekend. Deze kunnen voor dit voorbeeld met een handberekening worden geverifieerd uit de resultaten van situaties 1 en 2:
•knooppunt P1: Pst,P1 = 3√(Pst,P1,situatie 23 + ΔPst,P13 ) = 3√(0,3683 + 0,3683 ) = 0,464
•knooppunt P2: Pst,P2 = 3√(Pst,P2,situatie 13 + ΔPst,P23 ) = 3√(0,3683 + 0,8763 ) = 0,897
Zie ook: